Hans Vultink succesvol leerling van Marcel Van Leemput

Een geschiedkundig stuk van de hand van Willy Van Leemput over de merkwaardige carambolereeks van zijn naamgenoot Marcel. Hans Vultink tekende in zijn boek, zijn kennismaking en ervaringen met Marcel Van Leemput op. Een man van wie je minstens kan zeggen dat hij recht voor de raap was…

Hans-Vultink-04Hans Vultink (Aalten, 13 juni 1937) is meervoudig wereldkampioen biljart. Hij werd in 1975 in Rotterdam wereldkampioen ‘ankerkader 47/1’, dankzij onder andere een wereldrecordserie van 300 caramboles. Ook in 1973 (Krefeld) en 1974 (Argentinië) pakte hij de wereldtitel. Totaal is hij 3 keer wereldkampioen, 7 keer Europees kampioen en 52 keer Nederlands kampioen geworden. Dat succes dankt deze uitzonderlijk goed biljarter voor een deel aan de Belgische beroepsbiljarter Marcel Van Leemput In het boek “Hans Vultink, Nederlands biljartambassadeur” lezen we de volgende passage: Voor het eerst in haar bestaan – zomer 1959 – zocht de Nederlandse Biljartbond een trainer voor de topspelers. De Belg Marcel Van Leemput kreeg die functie. De man was een zeldzaam knap biljarter. In ons land was hij totaal niet bekend. Dat was niet verwonderlijk, hij was een professional. De bedoeling was dat je naar Amsterdam toog en van deze grootmeester een paar uur les kreeg in het biljarten. Dat laatste was in het geheel niet overdreven, want wat hij presteerde heb ik nog niet veel spelers zien doen. Ik herinner me nog de eerste keer, dat ik bij hem kwam ( seizoen 1959-1960). “ Begin maar een partij te stoten”, zei hij. Ik ging voor mijn gevoel heel behoorlijk van start door in één beurt 70 caramboles te maken. Het eerste wat de bondstrainer mij daarna vroeg was: “ Gut, welke klasse speel jij ? Verrek, dacht ik, zou hij dat echt niet weten ? Nou, ik speel ereklasse! Van Leemput keek mij eens geringschattend aan en zei toen sloom: “Ereklasse? Man, je kunt helemaal niet biljarten.” Ik staarde hem aan alsof hij van een andere planeet kwam; “Nou, dat zal wel zo zijn, maar voorlopig speel ik mee in de ereklasse” Vervolgens stelde van Leemput mij de vraag of ik het biljarten echt wilde leren. “Natuurlijk”, zei ik, “graag zelfs!”

De bondstrainer pakte daarop achteloos een keu uit het rek en gaf een sublieme demonstratie van hogeschool biljarten. Zoiets had ik nooit in mijn leven gezien. Wat die man daar deed grensde aan het wonderbaarlijke. Doodstil zat ik toe te kijken en mijn bewondering groeide met de minuut. Nadat de biljartprofessional “ en passant” “een paar honderd caramboles bijeen gestoten had, keek Van Leemput mij doordringend aan en zei; “Zo, dat is de manier waarop ik mij voorbereid.” Nuchter deelde de bondscoach me mede, dat ik helemaal, maar dan ook helemaal opnieuw moest beginnen met het biljarten. “Ik zal je een paar dingen uitleggen. Luister goed, want ik vertel het absoluut geen tweede keer. Zie je er wat in, kom dan maar terug. Zie je het niet zitten, blijf dan gewoon weg.” Met open mond heb ik toen naar hem geluisterd hoe re nu wel biljart gespeeld diende te worden. Dat zal ik mijn leven niet vergeten. Zelden ben ik daarna nog iemand tegen gekomen, die de superieure techniek van het biljartspel beter beheerste dan die man. Een gelijkwaardige heb ik wel ontmoet. Zijn naam: die andere Belg Raymond Ceulemans! Maar wie heeft mij anders achter de keu gezet? Wie heeft mij de afstoot beter geleerd? Dat was Van Leemput.

Na zijn lessen heb ik veel meer inzicht gekregen in de manier waarop je de biljarttechniek kon beheersen. Bij ons afscheid drukte de bondstrainer mij op het hart, dat ik – ongeacht het resultaat – vol moest houden. “ “Al kom je onderaan de ladderterecht, dat geeft niets. Volgend jaar heb je plezier van mijn lessen.” De eerste keer dat ik weer in competitieverband wedstrijden speelde was in Nijmegen om het Nederlandse kampioenschap kader 47/2. Van Leemput had gelijk. Ik bracht er niets van terecht. De timing klopte niet meer en mijn stootbeelden weken af van datgene wat ik in mijn hoofd had. Ik had nog absoluut niet voldoende routine opgedaan met de nieuwe methode van spelen. Je begint dan te twijfelen en dat is in de biljartsport funest. Je moet voor honderd procent zeker weten dat de carambole raak is, anders gaat het echt niet ! Maar van dan af ging bij Vultink de techniek en het spel in opgaande lijn. De voorspelling van de bondstrainer was griezelig goed geweest. Aan die man heeft Vultink zijn fenomenale biljartcarrière te danken. Zoals de bondstrainer ooit tegenover derden verklaarde: ‘Die Vultink heeft goud in zijn vingers? Neemt hij alle waarschuwingen ter harte, dan wordt hij een van ’s wereld beste biljarters.” Van Leemput kreeg gelijk : Hans Vultink werd drie keer wereldkampioen, 7 keer Europees kampioen en 52 keer Nederlands kampioen.

Auteur: Willy Van Leemput

Digiprove sealDe inhoudt op deze pagina van bv b.e.j.a. is Digiproved © 2016
Facebooktwittergoogle_pluspinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *