Ballen die ogenschijnlijk zomaar bewegen

Elke biljarter maakt het wel eens mee. Een bal die beweegt zonder te zijn aangeraakt. De arbiter of wie op dat moment als arbiter fungeert, behoort dan te weten wat daarvan de consequenties zijn. Dat kan van geval tot geval verschillen.

Bij het aanleggen voor een stoot, waarvan een schitterende carambole het gevolg moet zijn, zet speler A zijn voorhand op het laken om na het bepalen van de richting het afstoot-ritueel uit te voeren. Bij het maken van enkele voorbewegingen om de afstoot zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren, beweegt plotseling de speelbal een beetje. Wat nu? De regels zeggen duidelijk dat bij het afstoten alle ballen stil moeten liggen. Als de speelbal beweegt omdat de speler hem bij het voorbewegen raakt, is dat touche. Dat is eenvoudig. Maar beweegt de bal zonder te zijn aangeraakt, wordt het wat moeilijker. Want de ballen moeten weliswaar stil liggen maar de speler kan er niks aan doen. Het bewegen van de bal kan bijvoorbeeld veroorzaakt zijn doordat bij het plaatsen van de voorhand het laken een heel klein beetje opschuift. Het arbitragereglement zegt in art. 5209 als de bal beweegt zonder dat de speler er iets aan kan doen wordt hem dat niet als fout aangerekend. Daarom is het enorm belangrijk dat de arbiter zó gaat staan, dat hij goed kan waarnemen of de speler bij het aanleggen en vóórbewegen de bal raakt of niet. Lees verder: Ballen die ogenschijnlijk zomaar bewegen

Mini Pentathlon

Mini Pentathlon Scorebord
Mini Pentathlon Scorebord

Het mini-Pentathlon. De speler geeft vooraf aan of hij een eenbander, tweebander, driebander of losbander dan wel een directe stoot wil gaan maken. Een losbander geldt daarbij altijd alleen maar als een losbander! Heeft men het aantal te maken caramboles van een spelsoort vol, maar maakt men een carambole van die betreffende spelsoort, dan is deze niet geldig en is de tegenstander aan de beurt.

REGLEMENT MINI-PENTATHLON

Er wordt gespeeld volgens een afvalsysteem. Echter na de eerste ronde volgt er voor de verliezers een herkansing.

Zij die de eerste en tweede partij spelen, tellen en schrijven voor elkaar. Zo ook vervolgens bij de daarop volgende partijen.

Iedere speler zorgt dat hij op het aangegeven tijdstip of zoveel eerder als mogelijk of zoveel later als nodig, speelbereid is.

Zorg dan ook minstens 15 minuten voor de tijd aanwezig te zijn.

Indien een speler tien minuten na het officieel geplande tijdstip niet aanwezig is, wordt de wedstrijd voor hem als verloren beschouwd.

Zijn tegenstander schuift automatisch door naar de volgende ronde.

Aantal caramboles: Het aantal te maken caramboles hangt af van het opgegeven libre-gemiddelde. (Zie hiervoor tabel onderaan.)

  1. Een speler is verplicht om van te voren te zeggen of hij een eenbander, tweebander, driebander of losbander dan wel een directe stoot wil gaan maken. Een losbander geldt altijd alleen maar als een losbander!
  2. Heeft men het aantal te maken caramboles van een spelsoort vol, maar maakt men een carambole van die betreffende spelsoort, dan is deze niet geldig en is de tegenstander aan de beurt.
  3. De beslissing van de arbiter of een carambole geldig is, is onherroepelijk.
  4. Voor de aanvang van de partij wordt de trekstoot gemaakt om te bepalen wie mag beginnen. De speler die begint heeft de gemerkte bal. De tweede speler heeft eventueel de nabeurt. Indien een speler met de verkeerde bal speelt, wordt hij afgeteld met de aankondiging: “verkeerde bal”.
  5. Bij vastliggende ballen worden de spelregels gehanteerd zoals bij driebanden, te weten: de speler kiest voor een losband of voor spelen van de niet vastliggende bal of de ballen worden als volgt opgezet:
    A. Speelbal op midden-onderaquit
    B. Andere witte bal op middenaquit
    C. Rode bal op de bovenaquit.
    (n.b.: alleen de vastliggende ballen worden opgezet!) Dit geldt ook bij uitspringende ballen.
  6. Verboden zones (libre-hoekjes) ontbreken op het biljart.
  7. Bij gelijk eindigen van een partij is die speler winnaar, waarvan het percentage van zijn hoogste serie in diens partij ten opzichte van zijn aantal te maken caramboles het hoogste is.
  8. Wanneer er sprake is van ‘beste verliezer’ wordt hiermede bedoeld hij die in percentages uitgedrukt de kleinste nederlaag heeft geleden.
  9. Slechtste winnaar is hij waarvan het percentage van zijn hoogste serie in die partij ten opzichte van zijn aantal te maken caramboles het laagste is. Is dit percentage gelijk, dan beslist de hoogste serie.
  10. De wedstrijdleiding heeft het recht om het aantal te spelen caramboles van een deelnemer aan te passen.
  11. Bij beste verliezers geen twee opeenvolgende partijen tegen dezelfde speler. De wedstrijdleiding gaat dan tot loting over onder de (beste) verliezers.
  12. In  alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de wedstrijdleiding.

Download de tellijst: Beja_Mini_Pentathlon_Tellijst

Download de Handicaptabel: Mini_Pentathlon_Handicaptabel

Handicaptabel mini-Pentathlon:

Libremoyenne Direct 1-band 2-band 3-band losband Totaal
4.00 en hoger 5 5 5 5 5 25
3.00 t/m 3.99 5 5 5 5 4 24
2.50 t/m 2.99 5 5 4 4 4 22
2.00 t/m 2.49 5 5 4 4 3 21
1.50 t/m 1.99 4 4 4 3 3 18
1.00 t/m 1.49 4 4 3 3 2 16
0.00 t/m 0.99 4 3 3 3 1 14

Als je nog eens goed moet kijken

Ik heb het hier over de situatie dat je niet in een oogopslag kunt zien of de bal vast of vrij ligt. Aan of van bal of band. Komt vaak voor, vooral bij compact spel is het haast schering en inslag. Hoe je dat dient te doen, dat nog eens goed kijken, maar vooral hoe je het niet mag doen, is duidelijk voorgeschreven.

scheids-01Het is iets wat je vaak ziet. De ingespeelde bal blijft zo dicht bij de laatste bal liggen, dat de arbiter, nadat hij de carambole geannonceerd heeft, even goed kijkt of de bal vrij of vast ligt.
Immers, als de bal wel vrij ligt, maar het is slechts nauwelijks, wordt het een stuk moeilijker om een zuivere stoot uit te voeren.
Maar blijft de speelbal vastliggen aan de laatste bal, dan heeft de speler meestal en keuze: óf hij speelt de bal eerst weg van de bal waaraan hij vastligt óf hij laat de arbiter de ballen op de daarvoor aangewezen acquits plaatsen. Afhankelijk van de positie waarin de ballen liggen, kan de speler blij zijn als de arbiter ‘vrij’ annonceert of een annonce ‘vast aan is hem welkom. Daarom komt het nogal eens voor dat de speler aan de arbiter vraagt om nog een keer goed te kijken of de speelbal vrij of vast ligt. Lees verder: Als je nog eens goed moet kijken