Aanzien

Al vaker adviseerde ik aan arbiters, dat het zeer zinvol voor hen is de werking van het systeem Avé te kennen. Het komt immers nogal eens voor, dat een (moderne) wedstrijdleider met de handen in zijn haar zit als plotseling zijn computer ‘crasht en er moet worden overgeschakeld naar het handmatig verwerken van dit systeem in plaats van lui achterover hangen en een computerprogramma het werk laten doen. In gevallen van computerstoring kan het bijzonder makkelijk zijn als een in het toernooi aanwezige arbiter er niet voor terugschrikt te assisteren.

In onderstaand praktijk geval was de reglementenkennis van een arbiter van belang toen de kennis van een wedstrijdleider tekort schoot. Het gebeurde in de eindstrijd van een districts) libre-kampioenschap, dat een deelnemer na drie verliespartijen op de eerste dag de tweede dag, wegens ‘ziekte, niet meer terug kwam. De mogelijk zeer onsportieve reden voor dit wegblijven laat ik even buitenbeschouwing, maar als de opgegeven aanleiding niet strookt met de werkelijkheid, dan mag zo’n vent van mij levenslang worden geschorst! De wedstrijdleider zat nu met een groot probleem, want zijn perfecte computerapparatuur, inclusief de uitstekend werkende software hadden hem braaf door die eerste dag heen geholpen. Maar die uitstekende software bleek hem toch in de steek te laten, toen hij met zeven deelnemers het toernooi moest voortzetten Binnen het computerprogramma was daarin met voorzien, dus opeens moest Bijlage III van het wedstrijdreglement tevoorschijn worden getoverd en zelfs dat was in de wedstrijdzaal niet voor handen. Foei! Duidelijk een slechte voorbereiding. Gelukkig wist dus een arbiter wat er nu moest gebeuren en werd deze finale, dankzij de kennis van een districtsarbiter, tot een goed einde gebracht. Met dit uit de praktijk vernomen voorbeeld is weer eens aangetoond, dat de beheersing van het systeem Ave, met toepassing op zeven (of minder) spelers, van groot belang kan zijn. Niet alleen voor het aanzien van een arbiter, maar ook voor het aanzien van het districten de KNBB.

Inleven
Ook in het volgende werkelijk gebeurde incident was dit het geval. Na onenigheid met een arbiter besloot een deelnemer aan een kampioenschap aanvankelijk niet verder te spelen. Toen hem werd gewezen op het bepaalde in het Wedstrijdreglement artikel 6012 (Bijzondere verplichtingen van spelers en arbiters), lid 2, sub b kwam hij terug op dit besluit. Ik mag aannemen, dat arbiters dit artikel 6012 inhoudelijk zo ongeveer uit hun hoofd kennen, want het is een van de pijlen van ‘gezonde arbitrage (alhoewel ik me nog steeds afvraag wat in de laatste zin van lid 4 met de het Tuchtorgaan van de KNBB” is bedoeld. Welk dan? Maar dat is hier niet aan de orde).
Lid 2 van dit artikel bepaalt in ieder geval, dat de hierboven bedoelde speler is verplicht alle zeven partijen in een eindstrijd met acht deelnemers te spelen.
Nu is het natuurlijk verstandig van een wedstrijdleider, dat hij er voor waakt die twee kemphanen in een volgende partij wéér met elkaar te confronteren. Maar dat gebeurde, vanwege verschillende vóóraf vastgestelde schema’s, toch.
Dom, dom, dom, maar helaas. Prompt gooit die speler de handdoek in de ringen weigert verder te spelen. Loopt de zaal uit en komt niet meer terug. Dat is natuurlijk nog dommer, want deze speler zou van mij eveneens een levenslange schorsing mogen krijgen. Maar die arbiter had ook wijzer moeten zijn. Wat is er op tegen om vóór een dergelijke cruciale partij naar de wedstrijdleiding te gaan en even te ruilen met ccn collega-arbiter.
Nee, ijzeren Hein, houdt voet bij stuk en denkt: ‘Een speler mag een arbiter niet weigeren, dus hij moet mij maar accepteren’. Ondanks het bestaan van WR-artikel 6012 en nu lid 3 sub b, waarin is bepaald, dat een arbiter akkoord ‘moet gaan met ‘zijn partij, getuigt het van enorme kortzichtigheid om zó te redeneren. Natuurlijk zou deze arbiter zich kunnen verschuilen achter het opvliegende karakter van die speler, maar dit lijkt mij geen excuus. Hij had natuurlijk ook een heleboel ellende kunnen voorkomen, door even nuchter na te denken en de wedstrijdleider te vragen hem juist niet op die partij te zetten’. Ik wil er maar mee zeggen, dat het ‘zich inleven in de taak waarvoor een arbiter is gesteld van enorm belang kan zijn voor het goed functioneren van hem en andere officials. Andersom geredeneerd is het ook voor wedstrijdleiders van belang, dat zij hun cruciale informatie, die soms buiten het wedstrijdgebeuren ligt, niet voor zichzelf ouden en deze aan de arbiter toevertrouwen, indien een glad verloop van een toernooi daarmee is gediend. Ik denk in dit verband eveneens aan de taak, die de opleiders hebben. Naast een uitstekende kennis van de reglementen en andere onontbeerlijke kunde en kennis zal ook mensenkennis, goede gezagsverhoudingen, goed gevoel voor sfeer en spanning tijdens een wedstrijd van enorm belang zijn voor goede arbitrage. Ook dit moet worden geleerd aan cursisten. Al deze ingrediënten moeten worden ‘meegenomen in een goede opleiding van arbiters, waarin dus de juiste instructie wordt gegeven. Instructeurs dienen daarop te zijn toegerust. Het is immers een kunst te onderwijzen (-didactiek) en als je die niet beheerst, dan kan je de eisen aan de kandidaten wel vergeten.
Deze kunst’ dient immers niet uitsluitend te zijn gebaseerd op de kennis van een reglement, want ook niet-reglementaire en vele andere noodzakelijke instructie is absoluut onmisbaar om goede arbiters te kweken.

Natuurlijk is dit enorm lastig voor weliswaar goedwillende, maar soms minder ervaren docenten, die wel het arbitragevak beheersen, maar nagenoeg geen kaas hebben gegeten van didactiek en pedagogie (= opvoedkunde) k hoop dan ook, dat de nieuwe Commissie Opleidingen Arbiters Carambole (COAC) deze kunst van het onderwijzen weet over te brengen op docenten, die, op hun beurt, dit in de praktijk moeten brengen bij het omgaan met spelers. Het op een juiste wijze verklaren van een omstreden beslissing kan vaak zeer verhelderend werken op het gespannen gemoed van een speler. Als de beoordelingen examinering (niet examinaties) van aspirant arbiters ook dit aspect omvatten, dan zal het resultaat beslist een goede arbiter zijn!

Bron: Biljart totaal (oktober 2005)
Auteur: Ad Vermeulen
Email: aaveya@ision.nl

*** Nauwkeurigheid *** Index *** Staken en sportiviteit ***

NB Ook al betreft het niet het SAR, maar vergeet u niet de aanvullende reglementswijzigingen op bladzijde 42 van de vorige uitgave te verwerken. Want zeker arbiters moeten hun reglementen in orde hebben.

Facebooktwittergoogle_pluspinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *