Reglementen Kunnen niet alles regelen

Noteren-01aRegels moeten er zijn. Dat zal niemand tegenspreken. Maar hoe uitgebreid moeten regels zijn? Ze moeten voor ieder zo gelijk mogelijke kansen waarborgen. Tegelijk moeten regels een houvast vormen. Een houvast dat, om bij de arbitrage te blijven, een arbiter moet helpen om snel een beslissing te kunnen nemen. Maar omdat het nu eenmaal onmogelijk is om letterlijk alles in regels te vangen en omdat er bij twijfel vaak voor zowel het één als het ander iets te zeggen is, moeten regels vaak op keuzes berusten.

Aan bijvoorbeeld de reglementenregel hoe te handelen als de speler de verkeerde bal neemt, gaan keuzes vooraf. In het eerste geval stoot de speler voor de gelijkmakende beurt af met de verkeerde bal. En wordt prompt afgeteld. Correct. Weliswaar heeft de arbiter de ballen verkeerd geplaatst, maar de speler is ten allen tijde verantwoordelijk voor het spelen met de juiste bal. Zou dat niet het geval zijn dan krijg je vroeg of laat twistpunten. Want ook bij het spelen met de verkeerde bal aan het begin van de partij heeft in feite de arbiter de ballen zo neergelegd. Als je dan de speler maar laat doorgaan, kan dat van grote invloed zijn op het verdere verloop. De tegenstander, die probeert concentratie op te bouwen en zich daarvoor soms probeert af te sluiten voor de omgeving, krijgt plotseling een andere bal als speelbal. Beïnvloeding van de omstandigheden heet dat. Met verhitte discussies en onenigheid als mogelijk gevolg. Regels moeten zo duidelijk mogelijk zijn en de kans op ‘gedoe‘ tijdens een wedstrijd zo goed mogelijk uitsluiten. Daarom de regel, dat de speler ten allen tijde verantwoordelijk is voor het spelen met de juiste bal.

Ook in het volgende voorval neemt de speler de verkeerde bal. Tijdens een serie constateert de arbiter opeens dat de speler met de verkeerde bal speelt. Prompt klinkt de annonce: „Noteren!”….. Maar nu gaat het anders! Als de arbiter constateert dat de laatste getelde carambole met de verkeerde bal is gemaakt, wordt de laatste carambole herroepen. Dan is het: „Noteren zoveel de heer X….. zoveel”. En dat ‘zoveel’ zijn dan de gemaakte caramboles min de laatst gemaakte. Als de arbiter het spelen met de verkeerde bal pas opmerkt, als de speler al weer voor de volgende carambole heeft afgestoten, wordt hij wel afgeteld, maar blijft ook de laatst gemaakte carambole geldig. Dat is reglementair zo bepaald en ook dit berust weer op een keuze.

Want, als de speler tijdens een serie plotseling met de verkeerde bal blijkt te spelen, is de kans groot dat hij al meer caramboles heeft gemaakt met de verkeerde bal. En eerlijkheidshalve zouden die onreglementaire caramboles er ook weer afgetrokken moeten worden. Maar hoe zou je dat dan moeten doen? Met z’n allen de koppen bij elkaar steken om te proberen het eens te worden vanaf welke carambole de speler in de fout is gegaan? Menig biljarter zal z’n kans schoon zien om de score van zijn tegenstander wat omlaag te brengen. Wie heeft een onfeilbaar geheugen? Je kunt je het gekrakeel wel voorstellen. Met als niet ondenkbaar eind van het liedje, dat één of beide spelers of misschien ook wel de arbiter het zo zat wordt dat hij zijn spullen inpakt en vertrekt met de uitroep: „Bekijken jullie het maar!” Daar zitten we natuurlijk niet op te wachten. Daarom hebben de reglementmakers een simpele en duidelijke regel gesteld. Als de arbiter vaststelt dat de laatste carambole niet reglementair is gemaakt, wordt hij niet geteld. Mits de speler nog niet heeft afgestoten voor de volgende. Heeft hij al wel weer afgestoten, dan blijft ook de laatste staan. Ook hier weer een keuze. Die duidelijk en makkelijk te hanteren is.

Bron: Biljart totaal (oktober 2014)
Auteur: Piet Verhaar
Email: pietvangerte@hotmail.com

Facebooktwittergoogle_pluspinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *