Het hebben van jeugd is het krijgen van toekomst

jeugd-biljart-02Na mijn vorige bijdrage mocht ik enkele reacties ontvangen. Ik krijg er wel vaker, het is altijd plezierig en ook nuttig om te horen of te lezen hoe mijn spinsels overkomen. Ik licht er twee uit.

De ene reactie, een onderstreping van wat ik had geschreven, was van iemand, die nog niet zo lang geleden jeugdlid was. Ik heb haar wel eens bij de jeugd in actie gezien. Inmiddels is ze nog steeds wel jong, maar niet meer jeugdlid. Na het overgaan van jeugd naar senioren is ze gelukkig wel actief gebleven. Ik heb in het verleden eens aan jeugdleiders, van twee districten met een lange traditie van veel jeugd, gevraagd of zij aan konden geven hoeveel jeugdbiljarters, die niet tot de aansprekende talenten behoorden, bij het ouder worden waren blijven biljarten. Van geen van de twee heb ik een antwoord gekregen. Ik keek daar nou ook weer niet echt van op, want de meeste aandacht gaat altijd uit naar de talenten, waar we eer mee kunnen inleggen. Wie wat minder nadrukkelijk aan de weg timmert, verdwijnt gemakkelijk uit het beeld. Dat is jammer. Juist die grote groep hebben we nodig. Mensen die niet met regelmaat hoger klimmen. Mensen die jaren en jaren op hetzelfde bescheiden niveau actief blijven. Naar mijn mening is het talent om, als er niet met ontzag over je prestaties wordt gesproken, toch met plezier trouw bezig te blijven, een groter talent dan het vermogen om op te klimmen.

De andere reactie die ik wil noemen kwam van iemand van 48 jaar, die schrijft drie jaar aan het biljarten te zijn. Hij noemt zich een jonge biljarter. Misschien omdat zijn biljartleven nog maar zo kort is. Het kan natuurlijk ook zijn dat hij (dat spreekt mij ook wel aan) vindt dat 48 nog best wel jong is. Je bent tenslotte zo oud (pardon, zo jong) als je je voelt. De derde mogelijkheid is dat hij met jong biljarter bedoelt, dat hij bij het rondkijken bijna alleen maar biljarters ziet die ouder tot veel ouder zijn. Dat is ook zijn verzuchting. Hij reist regelmatig vele duizenden kilometers door Afrika. Hij schrijft dat hij daar in elk klein dorpje wel een of meer pooltafels ziet staan. Met een hele stoet jeugd er omheen. Oude tafels, gaten in-en zandkorrels op het laken. Met een keu met plastic pomerans en niet eens krijt. Toch zijn ze dan vol overgave en plezier bezig. Het kan dus wel. Ook onder veel mindere omstandigheden dan wij noodzakelijk vinden. Natuurlijk zou het best zó kunnen zijn dat, als die kinderen dezelfde leefomstandigheden zouden hebben als wij, ook zij zich van het biljarten zouden afkeren. Dat weet je natuurlijk niet. Maar het sterkt mij in de overtuiging dat het ook bij ons mogelijk is om de jeugd weer
meer te interesseren voor het biljartspelletje. Niet de sport, maar het spelletje De basis. Op tafels zonder verslijtende materialen en niet kwetsbaar voor weersomstandigheden Zonder voorgeschreven manieren om te spelen. Gewoon plezier maken. Het is mijn vaste overtuiging dat het kan. Het is alleen zo moeilijk voor ons om de ideeën die we elkaar aangepraat hebben, los te laten.

Bron: Biljart totaal (november 2012)
Auteur: Piet Verhaar
Email: pietvangerte@hotmail.com

Facebooktwittergoogle_pluspinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *