Vernieuwen, makkelijk gezegd, moeilijk gedaan

Aan het begin van dit jaar is er een werkgroep mee aan de slag gegaan. Het aanpassen van de wedstrijdorganisatie aan de huidige tijd. Aan de eisen van vooral die mensen die we er graag als lid bij willen.

Zit_dat_zo-04aVernieuwen is niet iets wat je even regelt op een middagje tussen thee en avondeten. Je begint met het zoeken naar antwoorden op de vraag waarom iemand lid wordt. Of waarom iemand juist geen lid wil worden. Hoe zat dat vroeger? Het is belangrijk om ook daar inzicht in te hebben. Als ik bij mijzelf na ga, mij sprak het, in een ondertussen toch al weer aardig ver verleden, erg aan dat je op elk niveau Kampioen van Nederland zou kunnen worden. Van lieverlee is dat, met het ouder worden, voor mij veel minder belangrijk geworden. Ik ben juist steeds meer waarde gaan hechten aan plezier en gezelligheid. Ik hou nog steeds wel van preste-ren, maar de spanning van presteren heeft plaats gemaakt voor ontspanning door presteren. Hoe is dat bij jongere mensen van tegenwoordig? Willen ze presteren of wat meer ontspannen? Daarbij moet je je vooral richten op de mensen die de gelederen aan de basis zouden kunnen versterken. Want daar moet het begin zijn. Aan de basis.

Een heel fundamentele vraag waar je een antwoord op moet vinden is: volgens welk principe ga je te werk bij het zoeken naar wegen om je als bond te vernieuwen en te versterken. Geef je jezelf als bond een vaste identiteit, zeg je: dit zijn wij en zo zijn wij en zo gedragen wij ons, wil je met ons meedoen dan dien je je aan ons aan te passen? Of zoek je uit wat mensen prettig vinden, hoe ze zich willen gedragen en pas je jezelf als bond daar bij aan? Probeer je mensen naar je bond te halen of breng je je bond naar de mensen’ Zoals zo vaak het geval is, heeft de beste manier van allebei wat. Wij mogen onze ogen niet sluiten voor de, in veel opzichten, veranderde opvattingen van de mensen van tegenwoordig. Maar we mogen onze eigen identiteit toch ook niet teveel loslaten. De grote kunst is om een weg te vinden die ons een identiteit geeft die ons niet vervreemdt van wat mensen zoeken, maar toch een zodanige stijl heeft dat men er graag bij wil horen en deel van wil uitmaken.

Bij elke discussie is een vast terugkerend onderwerp natuurlijk de kleding. Gekarakteriseerd van ‘stijlvolle outfit’ tot ‘apenpakkie’. Moeten we de kledingeisen helemaal loslaten of horen ze er onlosmakelijk bij? De laatste jaren zijn we daar, heel verstandig of noodgedwongen, al steeds genuanceerder over gaan denken. Maar bij elke discussie blijkt weer dat we er nog steeds ontzettend verschillend tegenover staan. En hoe kun je nu iets bedenken waar we allemaal wel iets van onze wensen in terugvinden? Waar we allemaal wel mee kunnen leven’ En vooral, wat we allemaal bereid zijn om na te leven?
Wij hebben eigenlijk al sinds een heel ver verleden geen eigen karakteristieke kleding. We gebruiken altijd kleding die voor anderen en voor andere doeleinden is ontworpen. Soms is het stijlvol maar ook wat stijf, soms is het mooi maar niet prettig dragend, of het draagt prettig maar is weer niet mooi.

Al een jaar of acht geleden heb ik een lans gebroken voor het idee om heel specifieke kleding te ontwerpen, uniek voor biljarters. Functioneel, maar toch ook stijlvol. Niet onnodig duur, ontworpen om bij specifieke biljartbewegingen niet belemmerend of afleidend te zijn. Prettig dragend maar toch ook ‘afkledend’. Kleding die we niet ‘moeten’, maar ‘willen’ dragen. Ik heb toen voorgesteld om er eens een modeontwerper op los te laten. Ik stel het graag weer voor.

Bron: Biljart Totaal (april 2014)
Auteur: Piet verhaar
Email: pietvangerte@hotmail.com

Facebooktwittergoogle_pluspinterest