De Série Américaine

De Série Américaine is voor iedere beginnende biljarter iets om van te dromen. Men ziet vaak gevorderde spelers droomseries maken. In tegenstelling tot wat velen menen en zeggen is hij toch niet zo moeilijk als men vaak denkt. Een fout die veel (beginnende) spelers maken is in een vrij vroeg stadium de série américaine proberen onder de knie te krijgen. Bijna altijd zal dit niet gelukken doordat zij niet beschikken over de nodige basisvaardigheden en kennis van de biljartsport. Wat u ook wilt gaan doen bij het biljarten, een goede basis is het halve werk.

In het model dat hier gebruikt wordt kunnen een aantal technische adviezen hun nut hebben.

  1. Probeer de speelbal verder van de band te houden dan de bespeelde ballen.
  2. Verhoog de balans op de achterhand hierbij een beetje naar voren te plaatsen.
  3. Gebruik, waar mogelijk, een vlakke keuvoering en beperk het geven van effecten tot het hoogst noodzakelijke.
  4. Speel elke bal rustig en beheerst aan.
  5. Herstel tijdig en met veel zorg een afgebroken ideale situatie.

In de grote reeks van mogelijke situaties zijn er in de tekeningen tien uitgebeeld. Van elke positie wordt één vorm van bespelen aangegeven. Iedereen is uiteraard vrij om iets persoonlijks in de uitvoering aan te brengen. Het doel blijft uiteraard voor iedere speler gelijk. Behoud de ideale speelsituatie.

Situatie 1.
Bal twee dient lichtjes opgeduwd te worden op rolhoogte. Laat bal drie zoveel mogelijk liggen en streef ernaar positie vijf te bereiken.

Situatie 2.
Dit is een ideale positie. Indien men deze goed bespeeld kan er een mooie serie uit ontstaan. Speelt bal twee halfvol aan op rolhoogte. Bal twee kaatst en loopt terug op bal één. Deze raakt bal drie voorzichtig vol. Dit model bevat de grondslag van de Série Américaine. Bal drie wordt keer op keer voorzichtig vol opgeduwd, langs een denkbeeldige lijn zo’n 10 centimeter van de band.

Situatie 3.
Bal één dient met licht links effect getrokken te worden langs de rechterkant van bal drie. Indien men dit zorgvuldig doet, ontstaat de ideale positie van situatie twee.

Situatie 4.
Bal twee dient zeer zacht en dun bespeeld te worden. Bal drie hoeft slechts zeer licht geraakt te worden. Als bal één te ver doorrolt kan een lichte massé leiden tot situatie vijf.

Situatie 5.
Neem bal twee dun mee. Draai vervolgens met een licht rechts effect uit naar bal drie.

Situatie 6.
Speel bal twee voor 3/4 vol zacht en beheerst aan. Daarna bal drie licht laten klotsen om de speelbal verder van de band te brengen.

Situatie 7.
Subtiel, dun, zacht en diep aanspelen. Houdt bal één ruim van de band af. Licht links effect kan leiden tot situatie 1.

Situatie 8.
Voorzichtig dun aanspelen en uit laten rollen tot positie 5 of positie 10. Een goed gespeelde ingehouden massé is ook mogelijk, maar zal door velen te hard worden gespeeld zodat dit niet de aanbeveling verdient.

Situatie 9.
Bal twee dient zo dik mogelijk aangespeeld te worden. Daardoor komt bal twee een beetje van de band af te liggen. Bal drie moetechter dun geraakt worden. Probeer met de speelbal zo dicht mogelijk bij bal drie te blijven en houd de speelsituatie zo klein mogelijk.

Situatie 10.
Dit is een zeer lichte trekstoot met een beetje links effect. Door dit effect draait bal twee naar de korte band. Probeert bal drie dun te raken en vang bal twee op met de speelbal.

Facebooktwittergoogle_pluspinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *