H.C.L. Wenning – het driebandenspel (1936)

H.C.L. Wenning - Het driebandenspel (1936)
H.C.L. Wenning – Het driebandenspel (1936)

Dit boekje is een appendix van „Het Biljartspel”, dat in Mei 1928 van mijn hand is verschenen bij de uitgevers G. B. van Goor Zonen.
Sedert is de Driebandenpartij allengs tot een der meest gespeelde partijen van dat spel gaan behooren en daar in Nederland daarvoor geen enkele handleiding bestaat, die den beginner den goeden weg aangeeft en het aantal deskundige leeraren uiterst gering is, kwam het mij wenschelijk en nuttig voor te wijzen op de elementaire eischen, waaraan moet worden voldaan om een meer dan middelmatig speler te worden.
De gegevens zijn ontleend aan het veelgeroemd boek van wijlen prof. Adorjan, getiteld „Todos los secretos del Billar”, waarin hij „Los golpes de tres bandas antes” beschrijft, en voorts aan mijne verspreide beschouwingen over dit onderwerp in het maandblad Club Kroniek.

Kunststooten, die bij het Driebandenspel groote diensten bewijzen, bleven onbesproken; zij kunnen alleen door zéér ver gevorderden worden uitgevoerd en vallen daarom buiten den radius van dit boekje.
Wie kans ziet zich daarin te bekwamen, wordt verwezen naar het bekende werkje van wijlen den Franschen meester prof. Cassignol, die een afzonderlijk hoofdstuk wijdt aan de „Coups de fantaisie  en van elken daarin voorkomenden stoot een afbeelding geeft, met korte aanwijzing van de stoottechniek voorts naar de jaarsverslagen 1932 en 1933 van dé „Union Internationale, des Fédérations d’Amateurs de Billard”, waarbij ook de Nederlandsche Biljartbond is aangesloten; daarin vindt men de 48 stooten afgebeeld, dienende voor het jaarlijksch „Concours International de F antaisie Classique”, waaronder vele schitterende over drie en meer banden, zooals: Rencontre, Bricole, Renversé, Coulé, Rétro, F ouetté, Piqué, Massé enz., elke soort in diverse genres. De mededingers bij deze wedstrijden weten ze alle te maken.
De onvolmaaktheid van het spelmateriaal maakt soms het aanbrengen van kleine correcties nood-, zakelijk; die alle te bespreken zoú ondoenlijk zijn, ondervinding en aanwijzing door een deskundige zijn daarvoor de leermeesters. Biljarten moet geleerd worden!
Op verzoek is aan dit boekje eene methode toegevoegd om goed te leeren stoppen. De groote en kleine zakkenbiljarten zijn nog lang niet uit de mode; de Engelsche partij, de Russische partij en Poule op groot-biljart en Caroline op klein-biljart bieden minder sterke biljarters nog altijd gelegenheid tot afleiding en vermaak en daarvan wordt druk gebruik gemaakt.
Bij al deze niet officieel erkende spelen is goed kunnen stoppen een eerste vereischte.
Moge mijn arbeid in een behoefte voorzien!

  • Titel: “Het driebandenspel Grondslagen en voorschriften”
  • Auteur: H C L Wenning
  • Uitgegever: G.B. van Goor en Zn. te ‘s Gravenhage
  • Jaar: 1936
  • Pagina’s: 51
  • Illustraties: 20
Digiprove sealDe inhoudt op deze pagina van bv b.e.j.a. is Digiproved © 2015
Facebooktwittergoogle_pluspinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *