Hans Coolegem – 100 jaar biljarten

100-jaar-biljarten-01Een eeuw georganiseerd biljarten met de Koninklijke Nederlandse Biljartbond geeft de extreme veranderingen aan, die het biljartspel en de organisatie heeft ondergaan. Van puur amateurisme tot professionalisme, alsmede alle innovaties die er in die periode tot stand zijn gebracht.

Het eeuwfeest van de Koninklijke Nederlandse Biljartbond heeft de auteur geinspireerd om een fraai historisch document te vervaardigen. De geschiedschrijving verhaalt onder andere over de oprichting, de eerste reglementen en verenigingen, de moeilijke oorlogsjaren waarin de sport overeind bleef, de talloze organisatorische wijzigingen, bestuurs- en beleidsperikelen en de professionalisering van de sport. Ook de sterke evolutie van het materiaal, het biljart artistiek, de opkomst van poolbiljart en snooker, damesbiljart en stimulering van de jeugd komen aan de orde.
Extra aandacht is er uiteraard ook voor Nederlandse toppers als Piet van de Pol, Tiny Wijnen, Henk Scholte, Hans Vultink, Christ van der Smissen, Rini van Bracht, Jos Bongers, Jean Bessems, Henri Tilleman en Dick Jaspers.
Het boek bevat tientallen kadertjes met specifieke en leuke wetenswaardigheden. Ook zijn er veel foto’s in zwart-wit en kleur.

  • Uitgever: Coolegem Media
  • Auteur: Hans Coolegem
  • Taal: Nederlands
  • Jaar van uitgave: 2011
  • Pagina’s: 192
  • Afmetingen: 222 x 221 x 15 milimeter
  • Gewicht: 833 gram
  • Omslag: Hardcover
  • ISBN10: 9075352905
  • ISBN13: 9789075352900

Lees het uittreksel

Lees ook:

 

Digiprove sealDe inhoudt op deze pagina van bv b.e.j.a. is Digiproved © 2016
Facebooktwittergoogle_pluspinterest

Een reactie op “Hans Coolegem – 100 jaar biljarten

  1. Dat er een boekwerk over een eeuw georganiseerd biljarten is verschenen klinkt logisch, maar dat is het allerminst. Door bestuurlijke en financiële sores dreigde de KNBB – bij het veertigjarig bestaan in 1951 mocht de bond de Koninklijke ‘K’ aan haar naam toevoegen – het project af te moeten gelasten. Dat ging biljartliefhebber en publicist Hans Coolegem te ver. Het resultaat: een omvangrijk en informatief boek, op vele pagina’s gelardeerd met foto’s. Maar ook: veel stijl- en spelfouten.

    Dat laatste is een jammerlijke zaak, want het leidt af van de case. En honderd jaar biljarten is als thema interessant genoeg om er eens goed voor te gaan zitten. Immers, wie heeft er nog nooit een keu in de handen gehad? Met slechts 27 bij de KNBB aangesloten clubs loopt Fryslân weliswaar ver uit de pas met het landelijk gemiddelde, maar die cijfers zeggen niets over de populariteit van het spel in deze provincie. Zo telt Top & Twel (Oppenhuizen/Uitwellingerga) alleen al veertien (!) biljartclubs.

    Kennelijk ziet de Fries er niets in om zich al te veel te binden. Toch liggen de roots van de KNBB wel degelijk in het Noorden, waar de Jouster Sociëteit tot Nut en Vermaak in 1840 als eerste een geldprijs uitloofde. De winnaar van de Voorname Billartpartij in het logement van de weduwe van Lammerts Gerrits Zeverijn ontving vier gouden Willems, in die tijd meer dan een maandsalaris. Het toernooi werd dankzij het grote aantal deelnemers een doorslaand succes, waardoor overal in en rondom Joure toernooien uit de grond werden gestampt.

    Geholpen door de uitvinding rond 1800 van de pomerans (door de Fransman François Mingaud), het prijzengeld en de prettige omgeving waar werd ‘gesport’ (café) ontwikkelde de biljartsport zich met name in het Noorden razendsnel. Toen het enthousiasme ook oversloeg naar andere gedeelten in Nederland, besloten zeven vooruitstrevende clubs tot de oprichting van de Nederlandse biljartbond.

    Een van die progressieve biljartclubs was de Friesche Club uit Leeuwarden, opgericht in 1901. De oudste biljartclub van Fryslân had in de beginjaren een belangrijke stem in de te volgen weg. De hoofdstedelijke biljartvereniging bestaat anno 2011 nog steeds. Sinds 1916 zetelt het in de prachtige locatie in de vroegere Leeuwarder Schouwburg aan het Ruiterskwartier. Het pand mag er van buiten niet spectaculair uitzien, van binnen is dat des te meer het geval. Bijzonder is dat er aan de inrichting van het gebouw in honderd jaar nauwelijks iets is veranderd. Het balkon hangt nog op zijn plaats, net als de originele toneelgordijnen.

    De Friesche Club bracht door de jaren heen tal van topbiljarters voort, maar opmerkelijk is dat de eerste Friese topspeler niet uit Leeuwarden maar uit Dokkum kwam. Jan Wiemers, zoon van een sociëteitshouder, was al op achtjarige leeftijd zo intensief aan het biljarten dat zijn vader er dag in dag uit op moest toezien dat zoonlief niet te laat op school kwam. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon en vroeg in de twintigste eeuw groeide de ‘Leeuw van Dokkum’, zoals Wiemers’ bijnaam luidde, tot een van de allerbeste biljarters van Nederland uit. Wiemers was een Abe Lenstra avant la lettre. Hij had geld, veel geld kunnen verdienen door als prof op te treden in de Académie de Billard in Parijs, maar Wiemers – amateur in hard en nieren – dacht er geen seconde aan.

    Wiemers taande niet naar geld en roem, maar was wel strijdvaardig en bleef tot het laatste moment proberen de wedstrijd naar zijn hand te zetten. Hij was een rasbiljarter met een geweldige keuvoering en vanwege zijn sportiviteit een voorbeeld voor zijn tegenstanders. Toen de Dokkumer in 1942 op 65-jarige leeftijd een punt achter zijn carrière zette, kreeg hij in de Biljartrevue, het officiële orgaan uit die tijd, maar liefst twaalf (!) tekstpagina’s aandacht.

    De Tweede Wereldoorlog is dan al uitgebroken. Het is een periode waarop de biljartbond met weinig vreugde terugkijkt en dat heeft niets te maken met de tragedies die zich ook binnen de grote Nederlandse biljartfamilie voltrokken. Neen, al vrij vlot nadat de Duitsers de capitulatie ondertekenden riep de vraag zich op of de KNBB zich wel ‘koninklijk’ had behandeld jegens haar (Joodse) leden.

    Dick van der Meer, drager van het verzetskruis, verdiepte zich in de berichtgeving van de Biljartrevue en de KNBB in de periode 1940-1945. Hij kwam met enkele uiterst pijnlijke constateringen. Zo werd er in De Biljartrevue in de beginjaren van WOII niet of nauwelijks gesproken over de bezetter en werd er in 1942 geen woord vuil gemaakt over de teloorgang van de Joodse biljartclub Rembrandt, tot kort daarvoor de grootste biljartclub van Nederland. In 1943 maakt het bondsblad het helemaal bont door een mededeling op te nemen waarin de NBB haar leden oproept om zich te melden voor de SS.

    De houding van de bond tijdens de WOII is een zwarte bladzijde in de honderdjarige geschiedenis, die ook tal van hoogtepunten kent. Zo bracht de bond met Hans Vultink, Rini van Bracht, Jan Dommering, Piet van de Pol, Henrik Robijns, Dick Jaspers en vele anderen wereldkampioenen in alle spelsoorten voort. Bovendien verruimde de KNBB haar gezichtsveld toen snooker en poolbiljart vanuit Amerika naar ons land kwam overwaaien. Ook die twee takken van de sport vallen inmiddels onder de vleugels van de jubilaris.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *