Arbitrage

We leggen hier de verschillende spelsoorten uit.

Bron: o.a. Handboek Arbitrage 2011 K.N.B.B.

Handboek Arbitrage

De Voorbereiding

arbitrage-handboek-01

Voordat een partij kan beginnen moet er nogal wat gebeuren.
Van elke arbiter wordt verwacht dat hij:

      • op tijd aanwezig is;
      • zorgt dat de vastgestelde aanvangstijden worden aangehouden;
      • zo nodig zelf de ballen gaat halen bij de wedstrijdleiding en controleert of dezegoed zijn verzorgd;
      • controleert of het biljart goed schoon is en dit zo nodig laat reinigen;
      • controleert of de acquits goed zijn aangebracht;
      • controleert of de eventueel noodzakelijke lijnen zo dun mogelijk, doch goed zichtbaar, op de juiste plaats zijn aangebracht, of zo nodig laat aanbrengen;
      • zich voorstelt aan de beide spelers vóór dat de partij begint. Dit in tegenstelling tot de gewoonte van velen om dit pas te doen vlak voordat de spelers met de keuzetrekstoot willen beginnen. Dat is te laat. Als men elkaar niet kent dan dient de arbiter ruim voordat de partij begint, bijvoorbeeld tijdens het in elkaar schroeven van de keu, de speler een hand te geven en zich voor te stellen. Als dit later gebeurt, dan wordt daardoor de concentratie van de speler onderbroken. Het is juist uw taak om er voor te zorgen dat niets de concentratie van een van beide spelers verstoort.
      • vóór de partij kennis maakt met de schrijver en de bordenist en hen het gevoel geeft dat zij erbij horen;
      • de schrijver instrueert, dat hij op het juiste moment moet melden: “en nog vijf” (voor het driebanden “en nog drie”) en hem er duidelijk op wijst dat de getallen vijf of drie duidelijk verstaanbaar moeten zijn. Het uitspreken van uitsluitend “en nog…” is beslist fout;
      • er op toeziet dat de bordenist op het reglementair juiste moment de beurten van de spelers op het scorebord aangeeft;
      • in het bezit is van een loep, een wit potlood met een scherpe punt en een schone witte zakdoek.

 

      De tekening geeft de indeling, de acquits, de benaming van de acquits en de banden aan. De gestippelde lijnen zijn denkbeeldige lijnen.

Het begin van de partij

De partij is begonnen nadat de arbiter de spelers voor het uitvoeren van het tossen heeft uitgenodigd. Het tossen dient te geschieden door een muntstuk in één van beide handen te nemen en één speler een keuze te laten maken. De speler die de hand met het muntstuk heeft gekozen bepaalt wie begint met inspelen. Voor het tossen dient de arbiter in een van beide handen een muntstuk te hebben. Het spreekt vanzelf dat de spelers niet mogen zien in welke hand hij dit muntstuk neemt. Hij vraagt vervolgens aan een speler van zijn keuze een hand te kiezen. Het is verstandig na die keuze beide handen te openen zodat beide spelers kunnen zien in welke hand het muntstuk zit. De speler die de hand met het muntstuk heeft gekozen bepaalt wie er begint met inspelen.

Het inspelen

Tijdens het inspelen zijn de spelregels niet, maar de gedragsregels wel van toepassing! Tijdens het inspelen moet de arbiter:

  1. op de klok letten, ter bepaling van de “vier minuten grens”;
  2. na 3 minuten op verstaanbare wijze annonceren: “U heeft nog één minuut inspeeltijd”. (niets anders dan dat!). Meestal zal een speler in die resterende minuut nog de beginstoot willen proberen. Is dat het geval, dan zijnmaximaal drie pogingen toegestaan, ook al wordt daarmee de “vier minuten grens” overschreden. U mag (dus niet moet) de speler behulpzaam zijn bij het herplaatsen van de ballen. Wil de speler echter doorgaan met inspelen, nadat hem is meegedeeld dat hij nog één minuut inspeeltijd heeft, dan heeft hij dat recht, maar dan ook niet langer dan die ene minuut. Wil de speler na het verstrijken van de vier minuten alsnog de acquitstoot proberen, dan mag hem dat niet meer worden toegestaan. Hij heeft dan zijn vier minuten volledig verbruikt. De tijd die nodig is voor het verwisselen van een topeind wordt niet afgetrokken van de vier minuten inspeeltijd.i
  3. Na de 4 minuten inspeeltijd, of de derde poging van de beginstoot, dient de arbiter aan te geven dat de inspeeltijd is verstreken.

De keuzetrekstoot

Om de keuzetrekstoot uit te kunnen voeren plaatst de arbiter de ballen als volgt:

  1. de rode bal op het boven acquit;
  2. de gemerkte bal in het midden tussen het linker acquit en de linkerband op de afstootlijn.
  3. de ongemerkte bal in het midden tussen het rechter acquit en de rechter band op de afstootlijn;
    Als er op meer dan één biljart wordt gespeeld, dan altijd gelijktijdig beginnen. (zie ook hiervoor de laatste alinea van punt 3.5 “de acquitstoot”) De keuzetrekstoot dient door beide spelers gelijktijdig en rechtstreeks vanaf de bovenband te geschieden.Gelijktijdig betekent hier: op het moment, dat één van beide ballen de bovenband raakt, moet de andere speler afgestoten hebben. Wanneer een speler bij het uitvoeren van de keuzetrekstoot een fout maakt, dan heeft zijn tegenstander de keus.
    Maken beide spelers een fout of is niet te bepalen welke bal het dichtst bij de benedenband tot stilstand komt, dan moet de keuzetrekstoot opnieuw worden gedaan.
    Maken beide spelers, na door de arbiter te zijn gewaarschuwd nogmaals een fout, dan bepaalt de arbiter aan wie de beginstoot wordt toegekend.

    arbitrage-handboek-02 arbitrage-handboek-03arbitrage-handboek-04

    Bij figuur 1 heeft de speler die van links afstoot de keus, want de bal moet rechtstreeks van de bovenband worden gespeeld. In figuur 2 raken de ballen elkaar op de terugweg, zonder dat kan worden bepaald welke speler daaraan schuld heeft. De arbiter geeft beide spelers een waarschuwing en laat de keuzetrekstoot over spelen. Bij figuur 3 is door de speler die van rechts afstoot zo hard gestoten dat de bovenband twee keer geraakt wordt. De keus is derhalve aan de andere speler. De speler wiens bal het dichtst bij de benedenband tot stilstand komt bepaalt aan wie de beginstoot wordt toegekend.
    Zodra na het uitvoeren van de keuzetrekstoot is bepaald aan wie de beginstoot wordt toegekend annonceert de arbiter “De heer/mevrouw …… begint”. Niets meer en niets minder. De arbiter richt zich tijdens die annonce duidelijk tot de schrijver en de bordenist. De speler aan wie de beginstoot wordt toegekend speelt met de ongemerkte bal.

    De Acquitstoot

    Direct na de keuzetrekstoot plaatst de arbiter de ballen in de beginpositie, en wel als volgt:

    1. de rode bal (indien deze door de keuzetrekstoot verplaatst is) op het bovenacquit;
    2. de gemerkte bal op het beneden acquit;
    3. de ongemerkte bal op het rechteracquit, tenzij de speler uitdrukkelijk verzoekt te mogen beginnen vanaf het linkeracquit.

    Na de eventuele controle van de rode bal loopt de arbiter om het biljart en plaatst de overige twee ballen, staande voor de benedenband. Na deze handeling wordt niet meer gecontroleerd (vanaf een van de lange banden) of de ballen goed liggen. De arbiter moet dit ineens goed doen ! Indien de speler afstoot vanaf het rechteracquit, stelt u zich op aan de linkerzijde van de benedenband en indien de speler begint vanaf het linkeracquit, stelt u zich op aan de rechterzijde van de benedenband. Wordt er op meerdere biljarts gespeeld, dan wordt op alle biljarts gelijktijdig begonnen, zoals dat ook bij de keuzetrekstoot gebeurt. Om te verhinderen dat een speler afstoot voordat alle biljarts klaar zijn om af te stoten, gaat u voor de benedenband staan, en wacht op het sein om te beginnen. Bij twee biljarts geeft de arbiter op tafel 1 het beginteken, bij drie en vier biljarts doet de arbiter op tafel 2 dat en bij vijf of zes biljarts de arbiter op tafel 3. Dit teken kan bestaan uit een simpele hoofdknik of het opsteken van een hand.

    Tijdens de partij

    Algemene wenken

    • concentreer u op de partij;
    • kijk niet voortdurend in het publiek of naar een ander biljart;
    • kijk de speler niet voortdurend aan;
    • let op eventuele reacties en gedragingen van de niet-aan-de-beurt-zijnde speler. Deze dient alles na te laten wat zijn tegenstander nadelig zou kunnen beinvloeden;
    • zorg er voor dat er vanuit het publiek geen hinderlijk rumoer komt en verzoek zo nodig om stilte. Wanneer er onverhoopt toch teveel rumoer ontstaat, kunt u de partij stilleggen en wachten tot de rust is weergekeerd;
    • controleer steeds, dus na elke beurt, of het aantal caramboles en de beurten op het scorebord juist zijn;
    • het is uw taak om er op te letten, dat alle aanwezigen zich onberispelijk en
      sportief gedragen en zich onthouden van elke handeling de biljartsport onwaardig (SAR art. 5502, lid 4);
    • stel u vóór aanvang van de partij op de hoogte van het belang van de partij die u gaat leiden en bekijk de tussenstand van “uw” spelers in verband met eventuele kampioenskansen, moyennedrukken, promotie, degradatie etc, zodat u zo nodig gemotiveerd kunt handelen;
    • belangrijk is dat u interesse toont in de partij die u arbitreert. Is het geen vlotte partij, dan mag dat absoluut niet merkbaar zijn aan uw arbitrage;
    • neem resolute beslissingen op grond van eigen waarneming. Wacht nooit op de reactie van de speler. U zou daardoor kunnen worden beïnvloed en dat moet absoluut worden voorkomen;
    • alleen u stelt vast of een spelregel is overtreden en niemand anders;
    • vanaf het moment dat de wedstrijdleider de partij heeft aangekondigd en u de arbitrage heeft opgedragen tot het moment dat u de bij de partij behorende tellijst heeft ingeleverd, heeft u alléén de leiding over die partij.

    Het annonceren

    • annonceer duidelijk en goed hoorbaar, want iedereen – ook de mensen in de zaal – wil weten wat er gebeurt en hoever de serie is gevorderd;
    • let op uw stemvolume. Laat zo nodig uw collega, tussen het publiek, controleren of het volume goed is;
    • llet op uw intonatie en voorkom eentonigheid. Dus de eenheden niet inslikken, maar juist accentueren. Leg bij de annonces, bijvoorbeeld bij het ankerkader, de klemtoon op de eerste lettergreep;
    • de speler staat centraal. Stel u van tevoren op de hoogte van het juist uitspreken van de namen van de spelers;
    • moeten in een serie meerdere annonces worden uitgesproken dan is de enig juiste volgorde:
    • het aantal gemaakte caramboles;
    • het aantal nog te maken caramboles (bij de laatste 5 of 3);
    • de positie van de ballen;
    • de mededeling of de bal vast of vrij ligt;
    • zodra de speler zijn beurt moet beëindigen annonceert u “noteren …” het aantal caramboles – de heer/mevrouw – en nogmaals het aantal caramboles. Het wordt aanbevolen om na de annonce “noteren” even te pauzeren. Dit geeft de schrijver en bordenist de gelegenheid zich op uw annonce te concentreren.
    • Tijdens deze annonce wendt u zich naar de schrijver en de bordenist om onduidelijkheden te voorkomen;
    • controleer steeds de stand op het scorebord nadat het is bijgewerkt. U bent verantwoordelijk voor de juiste stand op het bord, niet de bordenist.

    Het opstellen

    Met betrekking tot zijn opstelling moet elke arbiter er om denken dat hij de aan-de beurt-zijnde speler absoluut niet en de niet-aan-de-beurt-zijnde speler zo weinig mogelijk hindert. Tijdens de uitvoering van een stoot moet de arbiter zich zodanig opstellen, dat hij op de best mogelijke wijze kan constateren of een speler al dan niet een spelregel overtreedt en er een geldige carambole wordt gemaakt.

    Het correct opstellen van een arbiter is van het allergrootste belang. Door goed spelinzicht en optimale waarneming van de afstoot moet hij de loop van de ballen uitstekend kunnen volgen. Een arbiter die zich goed opstelt geeft de speler het gevoel dat er maximaal aandacht aan zijn spel wordt geschonken. Dat wekt vertrouwen.
    De waardering hiervoor blijkt vaak uit het feit, dat een speler de beslissingen van zijn arbiter zelden zal aanvechten.

    Op grond van de positie van de ballen en de manier van aanleggen door een speler moet de arbiter kunnen inschatten wat er gaat gebeuren. Onmiddellijk na het caramboleren, moet de arbiter een zodanige positie innemen, dat hij de volgende carambole optimaal kan beoordelen. Hij moet trachten de speler voor te blijven. Denk er echter wel om dat u de speler nooit in de weg mag lopen. Loop altijd tegengesteld aan de looprichting van de speler om het biljart.

    Ga in principe nooit in het stootbeeld van de speler staan. Moet dat toch eens, bijvoorbeeld als een bal haarfijn moet worden geraakt, draai dan uw lichaam een kwart slag. Dit is meestal voldoende om de speler langs u heen te laten kijken. Dit moet echter wel een uitzondering blijven! In alle andere gevallen is het aan te bevelen recht te gaan staan, met de borstzijde naar de positie gericht en uw gewicht verdeeld over beide voeten. Zo houdt u het het langst vol.

    Verder dient de arbiter zich zodanig op te stellen, dat hij in staat is om waar te nemen of de voorhand, de onderarm of de kleding van een speler bij het aanleggen (het zogenaamde “pompen”) al of niet een bal raakt. Gebeurt dit wel, dan dient de speler onmiddellijk wegens touché af te worden geteld. Zorg er ook voor dat u de afstoot kunt waarnemen. Ga daarom zoveel mogelijk aan de “open zijde” van de speler staan. Dit is de “keuzijde” van een speler.
    Ga nooit achter een speler staan. Hij wil u altijd kunnen zien. Bij een “série américain” moet u dichter bij de band gaan staan en wel zodanig, dat u goed kunt zien of de – vaak ragdunne – carambole wel wordt gemaakt en of de speelbal niet “vast” ligt.

    Bij deze series moet u als het ware naast de speler staan en vóór de positie van de biljartballen. Anders gezegd: u staat tussen de speler en de biljartballen in. U volgt het spel dan van zéér dichtbij. Let wel op dat u de speler niet hindert. Nooit te lang op een zelfde plaats blijven staan, ook niet als de serie op een klein oppervlak wordt gemaakt.

    Nogmaals: zorg er voor dat u de speler niet in de weg staat. Laat een speler altijd vóór u langs lopen. Zo houdt hij altijd zicht op de tafel. Doe eventueel een stap naar achteren. Als de speler om het biljart heen loopt, loop dan zelf in de tegengestelde richting om het biljart.

    Hierboven zijn enkele stelregels vermeld, waarop natuurlijk ook uitzonderingen zijn.
    Er zijn omstandigheden – bijvoorbeeld weinig ruimte tussen de biljarts – die van een arbiter enige aanpassing vergen. Pas u echter altijd zodanig aan dat het niet ten koste gaat van het optimaal leiden van een partij.

    De spelers verwachten dit van u.

    Het bewegen

    Het maken van bewegingen kan een speler afleiden en ten koste van de concentratie gaan. Beweeg niet meer als de speler heeft aangelegd! Wanneer u zich moet verplaatsen loop dan de speler niet in de weg. Houd ook rekening met spelers en arbiter van een ander biljart. Verplaats u op een rustige manier, maar toch zo snel, dat u op tijd op de juiste positie bent. Probeer die rust op de speler over te brengen.
    Een correcte timing ten opzichte van de bewegingen van een speler is noodzakelijk voor het optimaal verrichten van uw taak.
    U kunt een speler ook hinderen door het niet toepassen van wat u is geleerd of wat hierna in enkele punten wordt aangegeven:

      • Kijk een speler zo min mogelijk in de ogen en zeker niet als hij heeft aangelegd;
      • Maak tijdens het afstoten geen aandacht trekkende bewegingen;
      • Verplaats u niet meer nadat de speler heeft aangelegd;
      • Houd uw handen zodanig, dat deze niet voortdurend in het gezichtsveld van de speler zijn. Houd daarom de handen liefst op de rug of houd ze naast het lichaam. Houd ze echter nooit vóór de broeksluiting, want dat blijft een vreemd gezicht, vooral wanneer u lange armen of grote handen heeft. De armen voor de borst kruisen straalt meestal arrogantie uit.
      • Buig niet over het biljart om beter te kunnen zien;
      • Knik niet goedkeurend of reageer niet laatdunkend bij het al of niet slagen van een carambole.
      • Laat uw emoties niet blijken of houd die in ieder geval onder controle want van u wordt verwacht dat u absoluut neutraal bent;
    • Vergeet niet dat u anderen het uitzicht op het biljart kunt ontnemen. Probeer zoveel mogelijk de niet-aan-de-beurt-zijnde speler zicht te laten houden op het biljart. Ook hij wil graag zien wat zijn tegenstander doet;
    • Houd rekening met eventueel opgestelde TV-camera’s en sta ook daarom niet te lang op één plaats.

    Deze punten zijn van groot belang en er kan dan ook niet genoeg op deze punten worden gewezen om zodoende te voorkomen, dat het arbitreren negatief wordt beinvloed. Arbiters die zich tijdens het arbitreren aan deze punten houden, zullen veel meer plezier aan hun hobby beleven dan die arbiters, die deze regels aan hun laars lappen.

    Het nemen van beslissingen

    De arbiter is de enige die het recht heeft tijdens zijn functioneren beslissingen te nemen in overeenstemming met de reglementen. Als de wedstrijdleider de partij heeft aangekondigd en de arbitrage aan u heeft opgedragen, bent u de enige die verantwoordelijk is voor het leiden van de partij.

    ALLEEN DE ARBITER LEIDT DE PARTIJ EN NIEMAND ANDERS !!

    Twijfel nooit bij het nemen van beslissingen. Een arbiter dient dit altijd met overtuiging te doen. Een aarzeling kan van de kant van de spelers protesten uitlokken.
    Er zijn spelers die die aarzeling onmiddellijk misbruiken en er van proberen te profiteren. Ook opmerkingen vanuit het publiek mogen geen aanleiding zijn tot enige twijfel. Reageer daar dus nooit op. Het publiek wil ook nog wel eens aan de arbiter vragen even opzij te gaan. Wanneer u zich omdraait om antwoord te geven loopt u de kans op dat zelfde moment een carambole op de tafel te missen. En u weet dat u een carambole die u niet gezien heeft nooit mag tellen. U kunt zich voorstellen welke problemen u zich op de hals haalt door te reageren op opmerkingen van buitenaf.
    Blijf dus altijd uzelf, daarmee voorkomt u dit soort problemen. Probeer u tot een persoonlijkheid te maken door een goed gebruik van uw stem, uw oogopslag en uw lichaamshouding. Deze persoonlijkheid is een onmisbare eigenschap van een goede arbiter.

    Het herzien van beslissingen

    Ook een arbiter is uiteindelijk maar een mens en daarom blijft het altijd mogelijk dat u zich eens vergist of een foutieve beslissing neemt. Dat kan betekenen, dat een speler, overigens op correcte manier, vraagt uw beslissing te herzien. Ook de niet-aan-de-beurt-zijnde speler kan dit in bepaalde gevallen doen. U moet aan dat verzoek voldoen. Blijft u bij uw beslissing, dan dient de speler zich daarbij neer te leggen. Heeft de speler echter gelijk, dan moet u zich herstellen. Blijf niet halsstarrig aan uw oorspronkelijke beslissing vasthouden als blijkt dat u het inderdaad verkeerd had.

    HET MAKEN VAN EEN FOUT IS BESLIST NIET DOM, MAAR OM DIE FOUT TEGEN BETER WETEN IN NIET TE WILLEN TOEGEVEN IS DAT WEL !!

    Wanneer blijkt dat u een onjuiste beslissing heeft genomen, dan moet de annonce “herstel” volgen. Hierna wordt de juiste beslissing alsnog geannonceerd. Het herstellen mag alleen gebeuren, als u zich ervan heeft overtuigd dat u een fout heeft gemaakt, die betrekking had op uitsluitend de laatste carambole. Geen ander argument dan uw eigen overtuiging mag die beslissing beïnvloeden. Maakt een speler van het recht, de arbiter te verzoeken een beslissing in heroverweging te nemen, naar uw mening, ergerlijk misbruik, terwijl duidelijk is dat er van een vergissing geen sprake kan zijn, dan dient u dit als onsportief gedrag te onderkennen en de speler daaromtrent te onderhouden en indien nodig een waarschuwing te geven. Het kan natuurlijk zo zijn, dat de spanning van de partij de speler zo laat reageren. Overweeg dus terdege of de sfeer van de partij een waarschuwing toelaat.

    Fouten

    Tijdens de partij kunnen spelers verschillende fouten maken. Deze staan allemaal vermeld in het SAR, artikel 5209. We behandelen ze hieronder stuk voor stuk.

        • Uitgesprongen bal.

    Een bal is uitgesprongen als deze buiten de omlijsting komt, of als de arbiter heeft geconstateerd dat deze bal de houten omlijsting heeft geraakt.

        • Touché.

    Met touché bedoelen we het ongewild aanraken met de keu of op welke andere wijze dan ook van een van de ballen, anders dan door een van de andere ballen.

        • Indirect touché.

    Het naar het oordeel van de arbiter, met opzet zo handelen dat de speler een of meer ballen – zonder deze direct aan te raken – van plaats of loop doet veranderen. Bijvoorbeeld door het blazen naar een bal, het tegen het biljart oplopen waardoor de ballen worden verplaatst etc. De speler moet dit echter wel opzettelijk doen.

        • Biljardé.

    Dit is een van de moeilijkst te constateren fouten. Bedoeld wordt het nog met de pomerans in aanraking zijn met de speelbal op het moment dat deze een tweede bal raakt, het zogenaamde “doorduwen”. Ook het spelen via een bal of band, waartegen de speelbal “vast” ligt, is biljardé.

        • Voeten los.

    Spelers moeten tijdens de afstoot met minimaal één voet contact houden met de grond. Doen zij dit niet, dan wordt dit als fout aangerekend.

        • Merkteken.

    Indien een speler, bij het berekenen van zijn stoot, een merkteken aanbrengt op het biljart, bijvoorbeeld een krijtteken, of het plaatsen van het krijtje, om bij het afstoten daarmee het juiste richtpunt te vinden, wordt hij afgeteld wegens het aanbrengen van een merkteken.

        • Verkeerde bal.

    Het spelen met de andere dan de speelbal wordt aangeduid met de fout verkeerde bal.

        • Bewegende bal.

    Het afstoten op een moment dat één of meerdere ballen nog niet geheel tot stilstand is of zijn gekomen, wordt aangeduid als fout. De arbiter moet er wel rekening mee houden dat, indien een speler afstoot op het moment dat nog niet alle ballen stilliggen, ook de voorafgaande carambole ongeldig is. Deze voorafgaande carambole is namelijk pas geldig, nadat alle ballen tot stilstand zijn gekomen. Dat was nog niet het geval, zodat de arbiter niet alleen de speler moet aftellen, maar ook de laatst getelde carambole moet herstellen.

    De tweede arbiter

    Wanneer er voor een partij twee arbiters zijn aangewezen, dan wordt onder “tweede arbiter” verstaan, degene, die mede als arbiter is aangewezen, maar nog niet als zodanig in functie is. De tweede arbiter neemt het van de eerste over op het moment dat één van beide spelers als eerste de helft van zijn partijlengte heeft bereikt, doch niet tijdens een serie. Dit is tevens het enige moment in de partij dat beide spelers gebruik mogen maken van een maximaal drie minuten durende pauze.
    De eerste arbiter zal de beide spelers vragen of zij gebruik wensen te maken van de pauze. Willen zij dit wel of niet, of slechts een van beiden, dan is dit het moment voor de tweede arbiter om de arbitrage over te nemen.
    De tweede arbiter wordt dan als het ware de eerste arbiter en andersom. De tweede arbiter heeft tijdens de partij dus wel degelijk een functie. Elke arbiter heeft namelijk het recht bij een niet-meer-te-controleren-situatie zijn tweede arbiter om advies te vragen. Ook een arbiter is maar een mens en mensen knipperen bijvoorbeeld ook met de ogen. Daardoor kan hij dingen missen in de loop van de partij. Bij de vraag of bijvoorbeeld een carambole raak was of mis, of de bal wel drie banden heeft geraakt, of een speler touche heeft gemaakt etc. kan de arbiter – indien hij dit wenst –alléén bij zijn collega advies inwinnen. Bij een nog-te-controleren-situatie mag de arbiter natuurlijk nooit advies inwinnen van wie dan ook. In zo’n situatie zou de arbiter zichzelf een brevet van onvermogen geven en dus absoluut niet voor zijn taak geschikt zijn.

    Denk dus niet dat u als tweede arbiter pas van belang bent op het moment dat u aan de tafel moet verschijnen, ook voor die tijd kunt u een collega uit de problemen halen als hij daarom verzoekt. Het komt ook nog wel eens voor dat een speler vraagt om de lamp weg te houden. Soms is het voor de arbiter onmogelijk om zowel de lamp weg te houden als de carambole te constateren. Ook dan is het niet verboden uw collega – op zijn verzoek – tot hulp te zijn. Hij zal u deze hulp alleen maar in dank afnemen.

    Het reinigen van ballen

    Tijdens de partij kunnen zich op de ballen resten van het biljartkrijt of stof vasthechten.
    Een speler kan hiervan last ondervinden. De arbiter dient aan het verzoek van de speler om de bal (of ballen) te reinigen te voldoen. Hij tekent daarvoor op de schaduwlijn van de bal de positie van de bal (ballen) af. Dit dient te gebeuren met kleine krijtstreepjes. De bal (ballen) dienen daarna grondig en snel te worden gepoetst. U dient de speler dus niet op te houden door van het poetsen een show te maken. Let wel op dat u de juiste bal op de juiste plaats terug plaatst.
    Na het terugplaatsen van de bal (ballen) dient de arbiter zijn laatste annonce in zijn geheel te herhalen.

    HET EINDE VAN DE PARTIJ
    Als één van de spelers tot 5 (bij het driebanden 3) caramboles vóór het einde van zijn partij is genaderd, dan annonceert u “en nog vijf” of bij het driebanden “en nog drie”.
    Geef zo mogelijk de schrijver de kans om de desbetreffende aankondiging te doen en kijk daarbij in de richting van die schrijver. Na de volgende carambole annonceert u:
    “en nog vier” (of bij het driebanden “en nog twee”) en zo verder tot de speler het einde van zijn partij heeft bereikt. Maakt de speler in de komende beurten géén carambole, dan herhaalt u de annonce “en nog …..” slechts éénmaal.
    Is de speler aan het eind van zijn partij, dan annonceert u eerst de laatste carambole, daarna “Noteren”, vervolgens het totale aantal caramboles van de laatste serie, dan “de heer/mevrouw …….” en vervolgens nogmaals het aantal caramboles van de laatste serie.
    Als b.v. de heer Domenie de partij heeft beëindigd met een serie van 12, dan annonceert u:

    12 ….. NOTEREN ….. 12 ….. DE HEER DOMENIE ….. 12,
    Heeft een speler het vereiste aantal caramboles gemaakt en heeft zijn tegenstander nog recht op een beurt, dan vervolgt u uw annonce met:

    GELIJKMAKENDE BEURT ….. DE HEER SPERBER
    Niet meer, niet minder en niets anders. Kreten als “partij voor de heer Domenie” of “halve partij” of “nastoot voor meneer Sperber” zijn niet toegestaan. U ziet ook dat nergens, dus in geen enkele annonce de toevoeging “voor” wordt gebruikt. Dus nooit “voor de heer”, of “voor mevrouw”.

    In principe worden de ballen voor de gelijkmakende beurt niet schoon gemaakt, behalve als de speler daarom vraagt. Alleen als de partij in één beurt wordt uitgemaakt maakt u de ballen wel schoon, tenzij de speler u verzoekt dat niet te doen.

    Wacht met het uitnodigen van de speler voor de gelijkmakende beurt altijd, totdat de rust in de zaal is teruggekeerd.

    Direct na het beëindigen van de partij verzamelt u de ballen op het midden van het biljart en laat u beide spelers de tellijst ondertekenen. U, als laatste arbiter, ondertekent de lijst ook, zodat er – zoals het WR in artikel 6012, lid 6 vereist – drie handtekeningen op de lijst staan.

    Vergeet niet de schrijver en de bordenist te bedanken voor de prettige samenwerking. Dit geeft hen het gevoel direct bij de partij betrokken te zijn geweest. Lever hierna de tellijst in bij de wedstrijdleider.

    Pas als de tellijst van uw partij bij de wedstrijdleider is ingeleverd, eindigt uw taak als arbiter van die partij.

Digiprove sealDe inhoudt op deze pagina van bv b.e.j.a. is Digiproved © 2015-2016
Facebooktwittergoogle_pluspinterest

4 reacties op “Arbitrage

    1. Geachte wedstrijdleider,

      Mooie, duidelijk website, echter mogelijk fig. 1 (Aanvulling keuzetrekstoot) nog
      plaatsen m.b.t.: KNBB art. 5202, lid 5 (pag. 13 van 53) SAR 01 augustus 2015

      Keuzetrekstoot: Rechtstreeks naar de bovenband stoten houdt in dat voor het raken
      van die bovenband geen andere band mag worden geraakt.
      Na het raken van die: Bovenband mogen ANDERE BANDEN WEL WORDEN GERAAKT.

      Vernemend met vriendelijke sportgroeten,
      Joseph G. van Oevelen,

      1. Geachte wedstrijdleider,

        Mogelijke aanvulling m.b.t.: Keuzetrekstoot sar art. 5202, lid 5 (01/08-2015)

        Komen beide ballen ogenschijnlijk op dezelfde afstand van de benedenband tot stilstand, dan dient de ARBITER naar een andere zijde van het biljart te GAAN, om opnieuw te bekijken welke bal het dichtst bij de benendenband ligt.
        NIMMER mag met hulpmiddelen (meten met een keu, meetlint, e.d.) worden vastgesteld, welke bal het dichtst bij die band ligt.

        Vernemend, met vriendelijke sportgroeten,
        Joseph G. van Oevelen,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *