Ballen die ogenschijnlijk zomaar bewegen

Elke biljarter maakt het wel eens mee. Een bal die beweegt zonder te zijn aangeraakt. De arbiter of wie op dat moment als arbiter fungeert, behoort dan te weten wat daarvan de consequenties zijn. Dat kan van geval tot geval verschillen.

Bij het aanleggen voor een stoot, waarvan een schitterende carambole het gevolg moet zijn, zet speler A zijn voorhand op het laken om na het bepalen van de richting het afstoot-ritueel uit te voeren. Bij het maken van enkele voorbewegingen om de afstoot zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren, beweegt plotseling de speelbal een beetje. Wat nu? De regels zeggen duidelijk dat bij het afstoten alle ballen stil moeten liggen. Als de speelbal beweegt omdat de speler hem bij het voorbewegen raakt, is dat touche. Dat is eenvoudig. Maar beweegt de bal zonder te zijn aangeraakt, wordt het wat moeilijker. Want de ballen moeten weliswaar stil liggen maar de speler kan er niks aan doen. Het bewegen van de bal kan bijvoorbeeld veroorzaakt zijn doordat bij het plaatsen van de voorhand het laken een heel klein beetje opschuift. Het arbitragereglement zegt in art. 5209 als de bal beweegt zonder dat de speler er iets aan kan doen wordt hem dat niet als fout aangerekend. Daarom is het enorm belangrijk dat de arbiter zó gaat staan, dat hij goed kan waarnemen of de speler bij het aanleggen en vóórbewegen de bal raakt of niet.

touche-01Maar het reglement zegt nog meer. Er staat ook: als de speler, naar het oordeel van de arbiter (let vooral op de zinsnede ‘naar het oordeel van de arbiter’), met opzet zodanig handelt dat één of méér ballen van plaats veranderen, zonder daarbij een bal direct aan te raken, (dat heet dan dus indirect touché), dan wordt hem dat wel als een fout aangerekend. En of het opzet is kan o.a. blijken uit het feit of de speler er wel of niet voordeel uit probeert te halen.

Alweer enkele jaren geleden gebeurde tijdens voorwedstrijden kader 38/2 eerste klas het volgende. Speler X is midden in een serie als na een carambole de arbiter de hand opheft ten teken dat X, alvorens de volgende stoot voor te bereiden, moet wachten op een nadere annonce. De wakkere arbiter wil zich kennelijk overtuigen of de speelbal al dan niet vastligt aan een andere bal. De arbiter houdt een hand boven de ballen, kijkt heel zorgvuldig en annonceert dan: ‘vast aan’ Zonder gebruikte maken van het recht om zich te overtuigen van de juistheid van die beslissing legt X vervolgens aan voor een losse-band-stoot. Maar vlak voordat hij afstoot ziet hij opeens dat zijn bal vrij ligt. Daarop komt-ie overeind en vraagt of de arbiter nog eens wil kijken. Wat doet nu deze arbiter? Volgens de regels kan hij X nu aftellen wegens ‘indirect touche’, want hij heeft een hand op het laken gehad en wil nu door de arbiter laten vaststellen dat de situatie veranderd is. De arbiter doet dat niet, maar laat er geen twijfel over bestaan dat x iets doet wat niet is toegestaan en ook niet wordt getolereerd.,,Nee”, zegt de arbiter, ik kijk niet meer en de positie blijft als een vastliggende bal”. Hij voegt er nog aan toe: ,,en pas op, een volgende keer tel ik je onherroepelijk af” Speler X kijkt wat beduusd en legt vervolgens weer aan voor een losse-bandstoot.

Na afloop van de partij sprak ik speler en arbiter aan over het voorval. Tegen de speler zei ik je mag je handen wel dichtknijpen met zo’n coulante arbiter”. Dat besef ik nu ook wel”, antwoordde hij, maar ik wist dat niet”. Hij zal op mijn gezicht de twijfel gezien hebben, want hij zei nog eens: ,,echt niet”. Aan de arbiter vroeg ik waarom hij speler x niet had afgeteld wegens indirect touché, zoals dat in het reglement beschreven wordt. Wel, zo zei hij, dat had ik inderdaad kunnen doen. Maar ik heb overwogen”, vervolgde hij, dat X, vóór hij z’n hand op het laken plaatste bij het aanleggen, de precieze ligging van de ballen niet heeft bekeken. En blijkbaar zag hij pas bij het aanleggen dat zijn bal niet (of niet meer) vastlag”. Ik vond”, zo ging hij verder, dat ik de mogelijkheid, dat x te goeder trouw was, niet kon negeren en heb hem daarom het voordeel van de twijfel gegeven, maar tegelijkertijd duidelijk gemaakt dat ik mijn annonce beslist niet zou heroverwegen”.

Later heb ik het Spel- en Arbitragereglement er nog eens op nageslagen. In artikel 5209, dat handelt over fouten, lees ik in lid 3: ‘het door de speler, naar het oordeel van de arbiter, met opzet zó handelen dat hij een of meer ballen, zonder deze direct aan te raken, van plaats of loop doet veranderen, aangeduid met indirect touché”.

Het is dus duidelijk dat de arbiter moet beoordelen of het bewegen van één of meer ballen, zonder ze aan te raken, opzet is of niet. Een belangrijke aanwijzing daarvoor is of de speler probeert voordeel te halen uit het bewegen van één of meer ballen. Om zich een goed oordeel te vormen zal een goede arbiter scherp letten op het gedrag van de speler vanaf het moment dat ‘vast is geannonceerd. Het spreekt dus vanzelf dat de speler, als hij zich wil overtuigen van de juistheid van de annonce om daarna wellicht de arbiter te vragen om zijn annonce te heroverwegen, op geen enkele manier de tafel mag aanraken of mag aangeraakt hebben. Maar blijft de speler daarentegen bij zijn voornemen om te spelen alsof de ballen nog steeds vastliggen, dan is het eenvoudig. Er valt hem niets te verwijten. Aan de andere kant is het dus net zo duidelijk dat óók de arbiter, als hij gaat kijken of de speelbal al of niet vastligt, evenmin het biljart mag aanraken. Raakt de arbiter bij het kijken wel de tafel aan en de speler vraagt daarna om heroverwegen van de annonce, dan is dat geen fout van de speler.

Mijn vriend Wim stelde mij een andere vraag betreffend het bewegen van de speelbal. Stel”, zei Wim, stel, ik ben midden in een serie americaine”. Een interessant idee, want Wim speelt alleen driebanden groot. , Ik zit dus lekker in de serie, als plotseling mijn speelbal beweegt juist op het moment dat ik ga afstoten. Mijn bal valt tegen bal twee maar ik kan de afstoot niet meer stoppen wat dan” wel, als de bal beweegt zonder te zijn aangeraakt is dat geen fout van de speler. Maar als op het moment dat de pomerans de speelbal raakt, de speelbal in contact is met een andere bal dan is dat wel een fout. Wim moet gaan zitten, niet wegens indirect touché maar wegens biljarde. De goede biljarter zal zich daarom vooral bij het korte werk, voordat hij afstoot, terdege ervan overtuigen dat de voorhand onbeweeglijk op het laken rust en de speelbal niet ongewild kan doen bewegen, want gebeurt dat toch zoals hierboven beschreven, is het einde beurt!

Bron: Biljart totaal (april 2006)
Auteur: Piet Verhaar
Email: pietvangerte@hotmail.com

*** Losgeslagen regelhandhaving *** Index *** Wedstrijdleider: een veelzijdige functie ***

Facebooktwittergoogle_pluspinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *