Een arbiter heeft ook een voorbeeldfunctie

arbitrageDe ene arbiter is speciaal opgeleid. Een andere arbiter is een clubgenoot, die zo bereidwillig is om de taak van de arbiter op zich te nemen. Heel verschillend, dus. Maar beiden hebben tijdens de partij dezelfde bevoegdheden. De goed opgeleide arbiter heeft logischerwijs een niet te onderschatten voorbeeldfunctie.

Niet zo lang geleden kreeg ik een mail van een toeschouwer bij een Nederlands kampioenschap. Behoorlijk hoog op de ladder, dus aan de tafels hoog opgeleide arbiters. Nationaal of aankomend nationaal. “Ik wordt er soms verdrietig van”, zo begon de mail. “Al te vaak zag ik en ook nu zag ik het weer dat de arbiter een aantal keren de ballen niet laat uitrollen als de laatste carambole is gemaakt. Terwijl het Spel en Arbitrage Reglement (SAR) toch heel duidelijk is: een carambole is (pas) geldig als alle ballen tot stilstand zijn gekomen en geen fout is gemaakt. Artikel 5207 lid 2. Als dan de speler de laatste carambole maakt en de arbiter pakt de ballen resoluut bij elkaar en legt ze op het midden, terwijl de ballen nog rolden, dan is de laatste carambole door toedoen van de arbiter niet geldig. Zeker van biljarters en arbiters op niveau verwacht je toch dat ze de regels behoorlijk in acht nemen.
Eigenlijk zou er eens een speler moeten opstaan en zeggen dat de laatste carambole niet geldig was en de arbiter de partij dus niet geëindigd mag verklaren”.

Dat was zo ongeveer wat hij schreef. En ik moet zeggen, ook al lijkt het wat overdreven punctueel, hij heeft natuurlijk gelijk. Het zal heus wel vaak genoeg zo zijn dat de nog rollende ballen geen invloed meer kunnen hebben op het al of niet geldig zijn van een carambole. De goed opgeleide arbiter is ook heus wel in staat om te beoordelen of de rollende ballen de carambole nog kunnen beïnvloeden. Maar de goed opgeleide arbiter heeft een niet te onderschatten voorbeeldfunctie. Bij verreweg de meeste biljartwedstrijden fungeert iemand als een arbiter zonder er speciaal voor opgeleid te zijn. Dat kan nu eenmaal niet anders. We moeten ook heel blij zijn dat die bereidwilligheid er is.
Maar ook: elke biljarter aan de tafel heeft recht op zo goed mogelijke arbitrage.

Als je nu gaat zeggen: de ballen moeten wel tot stilstand zijn gekomen, maar soms is het niet zo belangrijk meer dus wat geeft het, zet je de deur open naar het maken van grotere fouten. De minder goed onderlegde arbiter gaat dan ook afwegen of het nog wel van belang is. Een volgende stap is dan dat hij die afweging gaat maken tijdens de partij.
Bijvoorbeeld als de speler wat vlug doorgaat. Het wordt dan mogelijk om bij verschillende spelers verschillende afwegingen te maken. Bevoordeling en benadeling.

De regels zijn er om een wedstrijd eerlijk te houden. Laten we dat doen.

Bron: Biljart totaal (december 2013)
Auteur: Piet Verhaar
Email: pietvangerte@hotmail.com

*** Als arbiter mag je nooit storend zijn *** Index *** Als de ballen tussentijds opgezet moeten worden ***

Facebooktwittergoogle_pluspinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *