Het belang van goed annonceren

NOTEREN
NOTEREN

De taak van de arbiter tijdens een biljartwedstrijd bestaat uit een aantal zaken. Eerst en vooral ziet hij er op toe dat de caramboles op reglementair juiste wijze tot stand komen. Na elke stoot meldt hij dat. Is een geldige carambole gemaakt, dan noemt hij het nieuwe aantal, in die beurt gemaakte, caramboles. Levert de laatste stoot geen carambole op, omdat de speler mist of een fout maakt, dan laat de arbiter dit aan de schrijver weten dat het in die beurt gemaakte aantal caramboles genoteerd kan worden. Dat melden heet Annonceren.

Als je zo regelmatig tijdens biljartwedstrijden de arbiter observeert, valt het je op dat menig arbiter een eigen manier van annonceren heeft ontwikkeld. Vooral in de klassen waar een gezellig-gemoedelijk-sportieve sfeer een voornaam doel is, hebben de arbiters niet zelden een heel eigen manier van annonceren. Je hoort allerlei mogelijke variaties voorbij komen. Soms houdt de arbiter het eenvoudig: ‘1 noteren’. Of: ‘1 Piet’, Piet 1′. Ik heb het hier natuurlijk, dat begrijpt u wel, over arbiters die niet de moeite hebben genomen om te leren hoe het hoort. Hoe het móét.

Alhoewel, ook gediplomeerde arbiters die overwegend wedstrijden in de lagere klassen arbitreren, zie je niet zelden geleidelijk afzakken naar de gemoedelijke, ja haast nonchalante toot die daar vaak bij lijkt te horen. Nu heb ik niks tegen gemoedelijkheid, Integendeel. Ik ben er een voorstander van. Maar wel: gemoedelijk als het kan, formeel als het moet. En het annonceren door de arbiter is bij uitstek iets wat formeel dient te gebeuren. De tekst van de annonces is bij reglement vastgelegd.

Dat is niet voor niks. Als speler probeer je je tijdens de hele partij zo goed mogelijk te concentreren. Terwijl je aan de tafel staat, maar ook als je op de stoel zit. Concentratie wordt door veel zaken beïnvloed. Ook de arbiter heeft daar zijn aandeel in. Er wordt wel eens gezegd, de annonces moeten goed duidelijk hoorbaar en verstaanbaar zijn, maar een goede arbiter hoor je niet. Lijkt tegenstrijdig, maar dat is het niet. De geconcentreerde speler verwacht bepaalde woorden als annonce. Dat past in zijn concentratie.
En zolang de gebruikte woorden overeenstemmen met de verwachting, registreert hij ze, maar blijft geconcentreerd. Het is zoals bij een klok. Zolang de klok loopt en doet wat een klok moet doen, hoor je hem niet als je er niet speciaal op let. Maar als de klok stilstaat of van slag is, hoor je het meteen.
Als de arbiter zijn annonce ander formuleert, kun je als speler even afgeleid zijn. Je wordt gedwongen om even na te denken wat ‘ie zegt. En afgeleid zijn is iets wat je niet moet hebben. Daar ga je niet beter door spelen.

Hoe hoort een arbiter dan te annonceren? Wel, het melden van de gemaakte carambole is natuurlijk simpel. Gewoon het aantal en niets meer dan dat. Anders wordt het als de speler geen geldige carambole maakt. Dan zegt de arbiter onmiddellijk: ‘noteren’. Dat is altijd het eerste woord. Voor de speler is meteen duidelijk wat er wordt bedoeld. Beurt voorbij, zitten.

Andere speler, nu aan de beurt, naar de tafel. Dat ene woord is voor beide spelers alleszeggend. Past naadloos in hun concentratie. Ook voor de schrijver is het belangrijk dat de arbiter begint met ‘noteren’. De schrijver spitst de oren.
Dan volgen de gemaakte, dus te noteren caramboles. ‘Noteren, 1 Piet, Piet 1’.
Ook het twee keer noemen van het aantal is niet voor niets. Als de schrijver er de eerste keer niet helemaal zeker van is dat hij goed gehoord heeft, komt het aantal nog een keer. Hij hoeft niet, terwijl speler en arbiter al weer met een volgende stoot bezig zijn, te vragen: ‘hoeveel waren het er?’ Hier is ‘formeel’ dus functioneel.

De reglementair voorgeschreven aanduiding: (……) de heer / mevrouw X. mag in veler ogen wat gemoedelijker. Je hoort steeds vaker de voornamen gebruiken. Ik vind het soms ook best wel beter bij het karakter van de wedstrijd passen. Of je de voor- of achter- naam gebruikt, verandert niets aan de annonce. Het noemen van de voor- én achternaam bekoort mij dan ook wel. Dan wordt het: ‘noteren, 1 Piet X, Piet X 1.’
Het zit er een beetje tussenin.

Formeel wordt gauw wat stijf, gemoedelijk wordt gemakkelijk losjes. Gemoedelijk wint aan populariteit, maar toch zijn er genoeg biljarters, die hechten aan het formele. Een goed compromis is om voor de wedstrijd aan de spelers te vragen wat ze prefereren: de formele aanduiding of de gemoedelijker voornaam.

Bron: Biljart totaal
Auteur: Piet Verhaar
Email: pietvangerte@hotmail.com

*** Oeps… speelbal verkeerd geplaatst *** Index *** Een regel moet zin hebben ***

Digiprove sealDe inhoudt op deze pagina van bv b.e.j.a. is Digiproved © 2016
Facebooktwittergoogle_pluspinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *