Hou altijd een vaste volgorde aan

Het plaatsen van de ballen in de beginpositie wordt in het Spel en Arbitrage Reglement redelijk uitvoerig beschreven. Maar niet alles wat er mee te maken heeft, staat er in. Het zou veel te ver voeren om alles waar je mogelijkerwijs mee te maken zou kunnen krijgen, in een reglement te stoppen.

Een van die dingen die niet opgeschreven staan, maar wel waard zijn om onder de aandacht te brengen is hoe je te werk gaat bij het plaatsen van de ballen in de beginpositie. Als je het goed wilt doen, hou je een bepaalde vast volgorde aan. Je begint altijd met de rode bal. Die komt op het bovenacquit. Op veel biljarts zijn zowel aan het boveneind als beneden op de afstootlijn drie merkpunten aangebracht. Dan kan er van beide kanten  worden afgestoten.
Waar dan de speler gaat staan voor de beginstoot is beneden. Van die drie merkpunten aan het boveneind is het middelste de bovenacquit. Daar komt de rode bal. Daar begin je mee. De rode bal plaats je als eerste. Als de rode bal goed op zijn plaats ligt ga je de andere ballen plaatsen. Eerst de niet-speelbal, de ‘andere bal’. Die komt op het benedenacquit.
Als we het hebben over boven- of benedenacquit en er zijn drie merkpunten naast elkaar, dan bedoelen we altijd middelste van die drie merkpunten.
Benedenacquit, dus. Daar plaats je de ‘andere bal’. Het laatst plaats je de speelbal. Die komt op één van de acquits naast het benedenacquit. Het rechter of linker. Mag allebei. Als de speler geen voorkeur voor links aangeeft, plaats je speelbal altijd op rechts. Je vraagt ook niet aan de speler waar hij zijn bal wil hebben. Altijd rechts tenzij de speler aangeeft een voorkeur voor links te hebben.

Is het nou zo belangrijk om altijd een vaste volgorde aan te houden? Er zijn een heleboel spelers voor wie het niets uitmaakt of je volgens een vast ritueel te werk gaat of niet. Maar er zijn ook spelers, heus ze zijn er echt wel, bij wie de concentratie zo fragiel is dat de geringste afwijking van waar ze zich op ingesteld hebben, storend werkt. Er is trouwens nog een reden om het plaatsen van de ballen volgens een vast patroon te doen.
Eerst de rode, daarna de ‘andere bal’ en als laatste de speelbal. Zou je het andersom doen en de rode voor ’t laatst bewaren, dan loop je de kans dat een spler die op wil schieten, al gaat aanleggen voor de afstoot terwijl jij nog bezig bent om de rode bal te plaatsen. Of al afstoot voor jij daar gereed voor bent. Als dat gebeurt neemt de speler in feite de leiding van de partij min of meer over.
Voor zo’n speler zal accepteren van jouw beslissing ook minder vanzelfsprekend zijn.

Je moet als arbiter altijd proberen om zelfverzekerd te werk te gaan. Ook bij het begin van een partij. Zo nodig geef je, naar de speler toe, aan dat hij nog even bij de tafel moet wegblijven zolang jij bezig bent. Als jij gereed bent en gecontroleerd hebt dat alles in orde is, neem je je plaats als arbiter in bij de afstoot. Vervolgens zeg je de speler dat ‘ie z’n gang kan gaan.

Bron: Biljart totaal
Auteur: Piet Verhaar
Email: pietvangerte@hotmail.com

*** We pakken de draad weer op  *** Index *** Het begin van een partij ***

Facebooktwittergoogle_pluspinterest
No tags for this post.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *