Pomerans deel III

Evenals vorige maand heb ik me beziggehouden met de resultaten van de ver-schillende pomeransen. Weer zo’n vijftig opnames gemaakt met een High Speed camera (420 opnames per seconde).

Training-201501-pomerans-deel-IIIaZoals reeds geschreven is de snelheid en resolutie lang niet hoog genoeg om exact te zien wat er tussen bal en pomerans gebeurt tijdens het aanspelen van de speelbal. Toch wordt wel steeds duidelijker dat bij een (te) zachte pomerans behoorlijk wat energie wordt ingeleverd, hetgeen resulteert in minder voorwaartse snelheid van de speelbal.
Vooral driebandenspelers hebben hier last van. Bovendien vervormen zachte pomeransen zoveel dat kans op schade aan de pomerans bij harde afstoten aanzienlijk is. Duidelijk werd wel dat de contactduur tussen pomerans en speelbal aanzienlijk langer wordt bij de zachte pomerans.Vooral bij het spelen met veel zij- of hoogeffect neemt de contacttijd wel met een factor vijf toe (helaas niet nauwkeurig te meten). Het trekeffect boet hierdoor niet in, maar de speler zal wel harder moeten spelen om het energieverlies door de vervorming van de pomerans te compenseren. Snookerspelers zijn overigens happy met de bekende blauwe pomerans, die vaak als een paddenstoeltje over de dop gaat hangen. Een harde pomerans geeft vrijwel alle energie door aan de speelbal maar zal eerder de neiging hebben van de bal af te ketsen, ergo de ketszone wordt groter. De harde pomerans is gemakkelijk herkenbaar: als deze vanaf stoot één mooi vormvast blijft en in het geheel niet gaat overhangen!
Een nieuwe pomerans die na enkele partijen iets gaat overhangen is meestal de beste: niet te hard en niet te zacht. Het overhangen neemt al vrij snel niet meer toe”(1 á 2 weken) en blijft stabiel. Als nu de pomerans voorzichtig iets wordt afgedraaid, zal de speler merken dat verder overhangen uitblijft. De pomerans is nu goed ingespeeld. High Speed opnames tonen aan dat de vervorming van de pomerans nu gering is en de contactduur tussen bal en pomerans kort blijft, dus weinig energieverlies. Helaas is de kwaliteit van de opnames te laag om een goede foto te laten zien, maar in grote lijnen is een en ander goed meetbaar.
Ik ben nu begonnen het energieverlies van de rubberband in kaart te brengen. Hopelijk kan een eenvoudige methode worden gevonden om aan te tonen of bandrubber al dan niet moet worden vervangen. Evenals biljartballen treedt door gebruik en tijd veroudering op en meten op welk moment vervanging noodzakelijk is zou voor veel zaalhouders een uitkomst zijn. Graag kom ik hier volgende maand op terug.

Bron: Biljart Totaal (januari 2015)
Veel speelplezier,
Hans de Jager
h.d.jager@gmail.com

Half-zacht of half-hard (december 2014) – Index – Biljartbanden (februari 2015)

Bewaren

Facebooktwittergoogle_pluspinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *